Vanavond ging ik voor in een kerkdienst in een verpleeghuis. De bewoners hebben een korte aandachtsspanne, dus de dienst duurt niet langer dan een half uur. Ik begon met het aansteken van de kaars, voor de aanwezigen een zichtbaar teken dat de dienst begint. Daarna zongen we een bekend lied en vervolgens las ik de Schriftlezing. Ik had gekozen voor de tekst waarin Jezus zijn leerlingen het Onze Vader leert (Matteus 6: 9-13). Bij het horen van de woorden “Onze Vader” werden gewoontegetrouw handen gevouwen en ogen gesloten. De mensen baden hardop het gebed mee alsof het er gewoon bij hoorde. Ruim een kwartier later baden we als afronding van de gebeden nogmaals het Onze Vader. Niemand die dat raar vond.
